20-04-2018

Is de invoering van het S-peil in Vlaanderen een goede zaak? (2)

BBM legt elk nummer een prangende vraag voor aan een aantal autoriteiten uit de sector. Deze keer: is de invoering van het S-peil in Vlaanderen een goede zaak?

Marnik Dehaen

Zaakvoerder C2O Architects

Voorzitter Vlaamse Raad van de Orde van Architecten

De plotse introductie van het S-peil lijkt opzettelijk bedoeld om – met de betonstop en kernverdichting in het achterhoofd – iedereen nu al zoveel mogelijk richting gesloten bebouwing te duwen. Het lijkt dus eerder een politiek statement, verborgen in een normering. In architecturaal opzicht impliceert het S-peil dat speelse volumes minder kans krijgen en saaie vlakke buitenkanten de norm worden. Diversiteit maakt stilaan plaats voor eenheidsworst, tot grote spijt van de architect als creatief ontwerper. Voor een goed begrip: ik ben niet tegen het S-peil. Wel kwam de invoering van het S-peil van 31 veel te snel en werd er tijdens voorafgaandelijk overleg altijd gesproken over S38. Waarom werd er geen overgangsperiode voorzien, zodat alle betrokken partijen, architecten, maar ook bouwheren en fabrikanten konden wennen aan het idee en naar oplossingen konden zoeken? Voor veel toekomstige bouwers is het nu al een huzarenstuk om S31 te halen. Dat we in 2021 S28 moeten halen, is een angstaanjagende gedachte. Laat het aan de bouwheer over om creatief en bewuster om te gaan met zijn energieverbruik. En geef de architect de vrijheid om met oplossingen te komen: compartimentering met temperatuurzones, werken met energiebegrenzers … Persoonlijk pleit ik ervoor om energie ook meetbaar te maken. We moeten afstappen van het theoretisch model en ons energieverbruik tussentijds evalueren. De woningpas kan daar een uitstekend hulpmiddel voor zijn. 

 

Bert Vanderwegen

Ingenieur-architect

Technisch Adviseur / opleidingsverantwoordelijke Pixii

Vanuit Pixii kunnen we hier volmondig “ja!” op antwoorden. Het K-peil is geen goede indicator omdat de berekening enkel afhangt van de gemiddelde U-waarde en de compactheid van het gebouw. De netto-energiebehoefte heeft dan weer het nadeel dat ze wordt uitgedrukt per m² vloeroppervlak, waardoor kleinere woningen net zoals het K-peil benadeeld worden. Het S-peil biedt hier een mooi antwoord op: alle bouwschilgerelateerde elementen zitten in de berekening vervat, en de energiebehoefte wordt verrekend naar een equivalente boloppervlakte. Dit maakt dat er niet meer gekeken wordt naar compactheid, maar naar vormefficiëntie – onafhankelijk van de grootte van het gebouw in kwestie. De eisen voor het S-peil – zowel de huidige S31 als de toekomstige S28 – zijn haalbaar, zeker voor vormefficiënte woningen. Enkel open bebouwingen moeten meer moeite doen om aan de norm te voldoen, maar dat is dan ook een woontypologie die we zoveel mogelijk moeten ontmoedigen. Een performantere gebouwschil is in dat geval een billijke compensatie voor de hogere energieverbruiken. Conclusie: het S-peil is een ideale aanvullende subeis bij het E-peil.

 

Ruben Van Daele

Projectmanager

Bopro

Tot nog toe werd er voornamelijk gekeken naar het volledige resultaat: “Hoeveel energie verbruik ik?”. In de toekomst zal de nadruk verlegd worden naar de vraag ”Hoeveel energie heb ik nodig?”. Dat is natuurlijk niet helemaal hetzelfde. Vroeger was het mogelijk om veel energie te verbruiken, maar om ze op een energiezuinige, maar vaak dure manier te produceren (bijvoorbeeld zonnecollectoren, PV-panelen, warmtepompen …), zodat je ze niet mee hoefde te tellen. De symptomen werden aangepakt, maar het probleem bleef vaak intact. Het vergde heel wat technische kennis om het onderscheid te maken, en je kan je ook afvragen of al deze installaties gebouwen wel écht duurzamer maken. Zaken zoals recyclage en onderhoud worden immers niet mee in rekening gebracht. Het S-peil biedt als voordeel dat er een eenvoudige indicator ontstaat waarmee aangetoond wordt dat het wel degelijk de juiste vraag is die beantwoord wordt. Het geeft bouwheren inzicht in de kwaliteit die ontwerpers op dit vlak leveren. Bovendien biedt het ontwerpers de kans om zich te onderscheiden.

 

Gérard Kaiser

Architect

Energie-expert en EPB-verantwoordelijke Waals Gewest

Is het S-peil een onnuttige maatregel of een gouden opportuniteit? Een uitstekende vraag … Het is hoe dan ook een positieve evolutie dat het K-peil vervangen wordt door een optimaler S-peil – een ommekeer die alle bouwprofessionals en energie-experts al een aantal jaar verlangden. Het K-peil was louter gebaseerd op de isolatie van wanden en de compactheid van gebouwen, terwijl het S-peil de globale energetische performantie van de schil weerspiegelt, waarbij niet alleen de isolatie, maar ook zaken zoals luchtdichtheid en bezonning van belang zijn. De eis van S31 in 2018 en S28 in 2021 is ambitieus. Ze kadert in het streven naar BEN-bouwen. Aannemers vrezen echter dat de nieuwe norm een dergelijke graad van performantie vergt dat het economisch onhaalbaar wordt voor de bouwheer, waardoor deze laatste eventueel zou kunnen afzien van zijn beslissing om te bouwen. Anderzijds is de introductie van een S-peil erg interessant omdat het een al te vaak gebruikte vorm van ‘oplichting’ tegengaat: een gebrekkig uitgeruste schil compenseren via de installatie van geavanceerde technieken of PV-panelen. De meerkost van de schil zou dus gereduceerd moeten worden door besparingen op technisch vlak. Met het risico om de opmars van hernieuwbare energie te stuiten? De vraag is gesteld, maar laten we echter nooit vergeten dat de beste vorm van energie diegene is die we niet verbruiken.

 


  Meer artikels: De hamvraag
NIEUWSBRIEF

Wil je op de hoogte blijven van het reilen en zeilen in de bouwsector?

  INSCHRIJVEN